[ACHTERGRONDVERHAAL]

Lichttafels en Lippenstift
We leven in een tijd waar de man-vrouw verhoudingen op de werkvloer op scherp staan. Onder andere in de wereld van de theatertechniek is er volgens veel vrouwen sprake van haantjesgedrag en zijn vrouwen vaak ondervertegenwoordigd.

“Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik als vrouw mijn werk anders deed dan mijn mannelijke collega’s. Ik was lid van het team, punt. ‘s Ochtends begonnen we met een zwarte koffie en na de afbouw dronken we een flesje bier.” Marijcke Voorsluijs (52) werkte tot 2002 tien jaar als theatertechnicus. In de jaren ’90 was er nog geen opleiding tot theatertechnicus, en Marijcke meldde zich als techniekvrijwilliger bij de Stadsschouwburg Utrecht. Daar leerde ze mensen kennen die vroegen of ze – betaald – mee wilde met hen op tournee. “Misschien viel ik op omdat ik een vrouw was, maar om betaalde klussen te krijgen moet je toch echt goed werk leveren. Ik paste wel mijn kleding aan: de gescheurde punkkousen uit mijn studententijd werden ingeruild voor een zwarte spijkerbroek, aan mijn riem hing gereedschap.”

Iris Rodenburg, theatertechnicus
Foto door Studio Sprankel
Marijcke Voorsluijs – Technisch producent en ICT projectmanager bij TOT B.V., eigenaar van Uurwerk Online.

Je plek vinden
Veel vrouwen zijn er niet werkzaam in de theatertechniek. Per productie en theater zal er licht verschil in zitten, maar gemiddeld zal je in een groep van zes technici één vrouw tegenkomen. In de techniek in het algemeen is 18% vrouw. Daarmee heeft Nederland het laagste percentage van heel Europa. Bulgarije staat op één, met 41%.
Tegenwoordig is het wel mogelijk om een opleiding te volgen tot theatertechnicus, meerdere zelfs. Iris Rodenburg (27) studeerde in 2018 af als theatertechnicus aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. “Tijdens mijn stages was ik meestal de enige vrouw in het team. Ik vond het wel lastig om mijn plek daarin te vinden. Het is sowieso afhankelijk van het team. Met een leuk team is er geen probleem. Maar soms heb je wel mensen die meer macho zijn. Die luisteren soms gewoon niet naar je. Dan denk ik, ik vraag wat, waarom luister je niet?!” In de theatertechniek heb je vaak twee soorten technici: de technici die bij het theater horen, en de technici die bij de (toerende) productie horen. Bij Iris was het vooral zo dat als ze met een productie bij een theater kwam, de technici van het theater moeite hadden met naar haar luisteren. Ook Marijcke heeft daar last van gehad.
“Het is me een keer overkomen dat de technici van het theater waar ik als leidinggevend technicus van een productie binnenkwam, consequent weigerden naar mij te luisteren. Ze kwamen alleen in beweging als mijn mannelijke collega hun vroeg wat ik net had gevraagd. Stelselmatig. Mijn collega en ik hebben er maar een spelletje van gemaakt en duidelijk laten merken wat een losers we hen vonden, maar het was natuurlijk te treurig voor woorden,” aldus Marijcke.
“Je bent als vrouw ook nu nog één van de weinigen op een werkvloer vol mannen, die je niet zomaar voor vol aanzien. Je moet je bewijzen, meer dan je mannelijke collega’s. Extra goed zijn in je werk, fouten erkennen en oplossen, en eerlijk je deel doen, ook als het moeilijk of zwaar wordt. Altijd ja zeggen tegen uitdagingen, niet pas als je het al eerder hebt gedaan maar juist als je er veel van kunt leren. Dat geldt echter niet alleen voor vrouwen, maar voor iedereen die niet wit is, en niet heteroseksueel.”

Hoe meer vrouwen, hoe beter
Is het eigenlijk wel nodig om meer vrouwen op de technische werkvloer te hebben? Volgens Inge Brunink, technicus bij Soldaat van Oranje, absoluut: “Het is heel erg belangrijk dat er meer vrouwen in de techniek komen. Vrouwen zien toch dingen op de werkvloer die mannen niet zien, en maken de sfeer tussen een groep mannen chiller. En voor de vrouwen die er al werken is het ook leuk als er meer vrouwelijke collega’s komen!” Iris onderschrijft dit. “Meer vrouwen in een groep heeft een positieve impact op het werk. Meer vrouwen zorgen denk ik voor meer inhoud en verbinding, ook door de zachtere kant van vrouwen.” Hoe meer vrouwen, hoe beter dus?
Melissa Vink, promovendus bij de vakgroep Sociale, Gezondheids- en Organisatiepsychologie, denkt van wel. Haar onderzoek richt zich op hoe mannen en vrouwen duurzaam met elkaar kunnen samenwerken. “Het is wetenschappelijk bewezen dat meer diverse groepen, mits goed gemanaged, veel voordelen met zich meebrengen. Ze zijn vaak creatiever, productiever en hebben betere oplossingen. Het is te begrijpen dat mensen het liefst met mensen werken die precies hetzelfde denken als zij, maar er is minder innovatie op de werkvloer als iedereen hetzelfde denkt.”
Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat 50% van de vrouwen in technische beroepen zich gediscrimineerd voelt op de werkvloer. Dat is 10% meer dan vrouwen in andere beroepssectoren. Melissa: “De kansen zijn nog steeds niet gelijk: voor een man is het makkelijker om aangenomen te worden in zo’n beroep. Ook daarom is het ethisch en moreel gezien belangrijk dat er meer vrouwen in de techniek aan de slag gaan.” 78% van de vrouwen met een hogere technische opleiding vindt een baan in de techniek, terwijl dat bij mannen 94% is.

Omdat je zulke mooie ogen hebt
Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat een vijfde van de vrouwen met een technisch beroep seksuele intimidatie ervaart. Op plekken waar mannen duidelijk in de meerderheid zijn ervaart bijna de helft van de vrouwen seksuele intimidatie als een probleem. Dit onderzoek is uitgevoerd voor de #metoo-campagne van start ging.
Ook Iris merkt dit in de theatertechniek, vooral in de vorm van opmerkingen. “Toen ik in Duitsland werkte, was er een technicus die opmerkingen maakte. Dat begon vrij onschuldig, maar werd steeds vervelender. Dingen als “wat leuk dat je hier als vrouw werkt”, of “voor jou doe ik dat wel, want je hebt zulke mooie ogen”. Dat vond ik erg ongemakkelijk, maar het is moeilijk daar dan iets van te zeggen.”
Marijcke kan zich uit de tijd dat ze technicus was, geen echt vervelende dingen als “pesterijen, onversneden en #metoo-momenten” herinneren. “Ik kreeg juist veel respect en waardering voor mijn werk, en kwam al snel op leidinggevende posities.” Onlangs was Marijcke in een Nederlandse schouwburg, met één van haar internationale producties. “In de andere zaal stond een Nederlandse musical. De crew zat in de artiestenfoyer. Allemaal jonge mensen, onder de 30. Eén meisje was erbij. De toon van de conversatie begon normaal, maar werd steeds joliger, en het meisje werd gaandeweg stiller. Ik luisterde mee, en schrok van het seksisme in de opmerkingen. Mijn mond viel open: deze mensen zijn opgevoed door vaders en moeders van mijn generatie – is dit wat ze hen hebben voorgeleefd?”
Melissa: “Mannen hebben altijd het gevoel dat ze zich moeten bewijzen, dat ze moeten laten zien dat ze stoer zijn. Dat uit zich dan vaak in seksueel getinte grappen. Ook daarom zijn er meer vrouwen nodig: er is een vervanging van cultuur nodig. Als je een individuele man vraagt wat hij van zulk gedrag vindt, vinden ze het waarschijnlijk verschrikkelijk. Maar door die masculinity contest blijft dat gedrag in stand.
Dat de vrouw niet competent zou zijn, er alleen maar voor het uiterlijk is. In een bepaalde groep heb je bepaalde normen, die draaien om de masculiniteit. De oplossing zit dus in het veranderen van de cultuur. En hoe meer divers de werkvloer is, hoe beter dat zal gaan.”

[DATAVISUALISATIE]
Het lijkt dus een goede zaak te zijn om zoveel mogelijk vrouwen in de (theater)techniek te hebben. En wat daar hoofdzakelijk voor nodig is, is meer vrouwen die technische opleidingen gaan volgen. Onder andere de overheid zet zich daar voor in: al in 1995 begon de overheid een campagne met als hoofddoel de instroom van meisjes en vrouwen in technische opleidingen en beroepen te bevorderen. Ook zetten verschillende organisaties zich in om meisjes voor te lichten over technische beroepen en hun zelfvertrouwen hierin te vergroten. En het lijkt te werken: een vrijwel stijgende lijn is te zien in het aantal vrouwen die hun diploma halen in de sector techniek op het MBO.

[VIDEO]
Faedra Hochgemuth (19) en Xena Huizinga (21) volgen allebei de opleiding tot theatertechnicus op de MBO Theaterschool. Zij maken dus deel uit van het stijgende aantal vrouwen in een technisch beroep. Hoe ervaren zij het om opgeleid te worden tot een beroep waar mannen veruit in de meerderheid zijn?